|
|
Bedrijfsoverdracht en dan ...
Advies/Opinie,
15-11-2008
Anja en Arnold werken al een aantal jaren in maatschap met hun zoon. Zij wonen inmiddels in het dorp en zoon Pieter woont met zijn gezin op de boerderij. ,,We willen het bedrijf overdragen aan onze Pieter. Waar moeten we om denken?” De afspraken in het maatschapscontract hebben we besproken. De overnameprijzen worden gebaseerd op de verpachte waarde van grond en gebouwen. Dat leverde een koopsom op die voor Pieter te behappen was en voor de ouders acceptabel. Vader en moeder hikten wel wat aan tegen de méérwaardeclausule.
In het maatschapscontract staat een looptijd van tien jaar met en daling van 10 procent voor elk jaar dat Pieter zelfstandig boer is. De ouders gaan er van uit dat Pieter boer blijft, maar ze realiseren zich ook dat als hij na vijf jaar ‘de pijp aan Maarten geeft’ dat hij dan wel de helft van de meerwaarde kan incasseren. Ze dragen het bedrijf over voor een ‘vriendelijke’ prijs om hun zoon boer te maken, niet om hem rijk te maken. En ze hebben méér kinderen. Omdat ook de opvolger de redelijkheid inzag van een langere looptijd is gezocht naar een voor alle partijen acceptabel compromis.
De looptijd is verlengd naar twintig jaar. De ouders vinden dat als hun zoon na die periode stopt dat dan de méérwaarde voor hem is. En bij bedrijfsbeëindiging binnen de twintig jaar is er een deel van de méérwaarde voor hem en een deel voor zijn ouders. Ook is afgesproken dat hij niet hoeft af te rekenen als hij het bedrijf verplaatst. De clausule verhuist dan mee naar het nieuwe bedrijf. Ook is vastgelegd dat hij het bedrijf zelf moet gebruiken. Als hij gaat verpachten moet hij ook met de zijn ouders afrekenen over de meerwaarde. Daarmee voorkomen de ouders dat Pieter zijn bedrijf tijdelijk gaat verpachten om zo de uitbetaling van de meerwaarde te ontlopen en op die manier de tijd van twintig jaar uit te dienen.
Corry van Laar-Rooijens,
LTO Noord Advies
Bron: Nieuwe Oogst, 15 november 2008.