agro_lente.jpg
Telefoon

kop_actueel.gif

Current Articles | Categories | Search

Boer moet aan de slag met welzijn
Advies/Opinie, 29-11-2008
Veehouderijbedrijven moeten al in 2010 voldoen aan de emissie-eisen uit het Besluit huisvesting. Dit maakte minister Jacqueline Cramer van Vrom onlangs bekend. De overgangstermijnen lopen dus voor veel bestaande stallen al over ruim dertien maanden af, en gelden niet - zoals door velen verwacht - tot 2012 en 2013. Veehouders doen er goed aan na te gaan wat dit betekent voor hun bedrijf. Voor de leghennenbedrijven geldt dat kooihuisvesting nog tot 2012 is toegestaan. In 2012 moeten de stallen voldoen aan de nieuwe welzijnseisen. Kooistallen voldoen weliswaar veelal niet aan de maximale emissiewaarde uit het Besluit huisvesting. Maar omdat voor de meeste kooistallen destijds een Groenlabel-erkenning gold, mogen deze stallen ook na 2010 worden gebruikt (geldt voor leg en opfok).
Alleen voor bestaande Groenlabel-stallen, vergund voor 8 mei 2002, geldt deze uitzondering. Er gelden geen emissie-eisen voor aangepaste kooisystemen (verrijkte kooien en koloniehuisvesting) omdat er nog onvoldoende meetgegevens beschikbaar zijn.
Voor leghennenbedrijven en legouderdierbedrijven met niet-kooisystemen heeft het Besluit huisvesting vooral gevolgen voor de traditionele grondscharrelstallen. Volièresystemen en scharrelstallen met mestbanden onder de roosters voldoen wel. Traditionele vleeskuikenstallen en vleeskuikenouderdierstallen voldoen niet en moeten dus aangepast worden. Voor deze diercategorieën is intern salderen vaak een optie, waardoor het niet nodig is om alle stallen aan te passen. Kortom, er moet veel gebeuren om te voldoen aan het Besluit huisvesting.

Voor kleine bedrijven gold al een uitzondering om bestaande stallen tot 2013 te gebruiken. Bedrijven met minder dan 10.000 leghennen, 20.000 opfokhennen, 10.000 vleeskuikenouderdieren of 25.000 vleeskuikens vallen hieronder. Deze uitzondering blijft gewoon van kracht. Soms kan het daarom handig zijn om de milieuvergunning te verkleinen tot onder deze grens. Een andere optie is om over te schakelen op biologische houderij.
Voor dergelijke bedrijven gelden de emissie-eisen niet. Veehouders die overwegen om op termijn hun bedrijf te beëindigen, zullen door het Besluit huisvesting hun keuze mogelijk versnellen. Daarbij blijkt in de praktijk dat veehouders eieren voor hun geld kiezen door de dierrechten te verkopen nu ze nog geld waard zijn. Door deelname aan een rood voor rood-regeling lukt het in een behoorlijk aantal gevallen om op de oude locatie te kunnen blijven wonen na de bedrijfsbeëindiging.

Veehouders die verder willen met hun bedrijf moeten aan de slag. Door de nieuwe welzijnseisen zijn veel bedrijven bezig met plannen voor uitbreiding van hun staloppervlakte. Zeker wanneer hiervoor een vergroting van het bouwblok of een MER (milieu-effect rapportage) nodig is gaat dit veel tijd kosten. Een periode van twee jaar is haalbaar, mits er geen beroepsprocedures komen. De ervaring leert helaas dat vaak meer tijd nodig is. Bij omschakeling naar scharrel- of volièrehuisvesting kunnen problemen ontstaan met de luchtkwaliteitseisen voor fijnstof. Er zijn voor de pluimveehouderij nog geen erkende stalsystemen die de fijnstof-emissie terugdringen. Ook de extra eisen voor IPPC-bedrijven en bedrijven rond Natura 2000 vormen een obstakel.
Uitstel van de overgangstermijn naar 2012 en 2013 is voor veel bedrijven pure noodzaak. Als dat uitstel er toch zou komen, dan geldt dat veehouders aan de slag moeten.
Door nu te starten met de voorbereidingen en de eigen situatie in beeld te brengen zijn verrassingen te voorkomen.

Arjan Gussinklo,
LTO Noord Advies
Bron: Nieuwe Oogst, 29 november 2008.

  Search

button_contact.jpg
button_agenda.jpg

 



 

Copyright 2010 LNA  | Privacy Statement |   Login