agro_lente.jpg
Telefoon

kop_actueel.gif

Current Articles | Categories | Search

Continuïteit van het bedrijf
Advies/Opinie, 09-01-2010

Ondernemers noemen vaak continuïteit van het bedrijf als belangrijk doel. Wat verstaan boeren en tuinders onder continuïteit?

Objectief gezien betekent financiële continuïteit dat op korte én op langere termijn voldoende geld voorhanden moet zijn om de privé-onttrekkingen, vervangingsinvesteringen en aflossingen te kunnen doen. Actuele marktontwikkelingen van melk, granen en varkens(vlees) krijgen logischerwijze veel media-aandacht. Deze prijsontwikkelingen hebben immers direct merkbare invloed op de geldstromen op een bedrijf op de korte termijn. De melkprijs is hiervan een sprekend voorbeeld. Marktontwikkelingen ‘vragen’ vaak om reactie van ondernemers om de financiële continuïteit te kunnen waarborgen.


Groei, in de zin van meer eenheden produceren, kan een strategie zijn die zorgt de financiële continuïteit op langere termijn te waarborgen. Echter, bedenk dat groei geen algemene maatregel is die succesverzekerd is. Groei gaat veelal samen met: verandering van de bedrijfsopzet zoals stijging van intensiteit, het plegen van investeringen, het aantrekken van vreemd vermogen, verandering van de resultaten bij bedrijfsexploitatie, verandering van gevoeligheid van prijsontwikkelingen.
Vaak wordt aangenomen dat groei en uitbreiding van het bedrijf leiden tot de beste financiële continuïteitsmogelijkheden. Echter, indien er mogelijkheden zijn voor verdere optimalisatie van de huidige bedrijfsexploitatie kan het beter zijn hieraan prioriteit te geven dan (te snel) verdere schaalvergroting door te voeren.
Optimalisatie is de eerste stap om een eventuele groei-strategie effectiever te maken. Belangrijk is om voorafgaand aan het werkelijk doorvoeren van een voor ogen zijnde (groei-)strategie stil te staan of dit leidt tot de door de ondernemer gewenste financiële resultaten: een voldoende geldstroom voorhanden voor privé-onttrekkingen en reserveringscapaciteit, geldstroom beschikbaar voor vervangingsinvesteringen en aflossingen.
De praktijk laat grote geldstroomverschillen zien. Zo kennen op het oog identieke melkveebedrijven met dezelfde hoeveelheid quotum, grond en gelijk aantal dieren en melkproductie een verschil in geldstroom (25 procent beste bedrijven ten opzichte van 25 procent-slechtse bedrijven) van zo’n 9 euro per 100 kilo melk.
Bij een bedrijfsomvang van 650.000 kilo melk komt dat overeen met ruim 55.000 euro. Het betreft de geldstroom beschikbaar voor huur, betaalde arbeid, aflossing, rente en resultaat; deze geldstroom geeft een ‘eerlijk’ vergelijk, onafhankelijk van eigendomsstatus, financieringsniveau en arbeidssituatie. Het verschil is dus gelegen in verschil in ondernemerscapaciteiten.
Een agrarisch ondernemer wordt wellicht veelvuldig een (schaalvergrotend) toekomstpad becijferd. Bij veel van deze becijferingen is het maar de vraag voor wie dit een rooskleurig vooruitzicht is: voor degene die het cijferwerk heeft verricht, de toeleveranciers, óf voor de agrarisch ondernemer. Tevens is het de vraag of daarbij een bedrijfsopzet en bedrijfsvoering voor ogen is die past bij zowel de mens als de ondernemer.
Hoe zijn die bedrijfsopzet en bedrijfsvoering bijvoorbeeld te combineren met andere dingen in het leven? En: past die bedrijfsopzet en bedrijfvoering bij de ondernemerskwaliteiten? Ligt ‘de lat’ hierin voor de boer op een reële hoogte?
Rekenwonders zijn er genoeg. Echter, belangrijker is eerst zelf helder te hebben of gezamenlijk met een onafhankelijk deskundig adviseur helder te krijgen waaráán gerekend moet worden. Wat wil iemand als mens?, Wat kan hij of zij als ondernemer? Het gaat immers om zijn of haar toekomstig bedrijf, werkdag en leven!

René van den Oord,
LTO Noord Advies
Bron: Nieuwe Oogst, zaterdag 9 januari 2010

  Search

button_contact.jpg
button_agenda.jpg

 



 

Copyright 2010 LNA  | Privacy Statement |   Login