|
|
Bent u klaar voor 2013?
,
08-02-2010
Voldoet uw bedrijf al aan de ammoniakemissie-eisen uit het Besluit huisvesting? Of moet u nog de nodige aanpassingen doorvoeren? Een greep uit de vragen die de komende tijd moeten worden beantwoord. Gemeenten schrijven veehouderijbedrijven aan die nog niet aan de eisen voldoen, om vóór 1 april 2010 een zogeheten bedrijfsontwikkelingsplan in te dienen. Wat is een bedrijfsontwikkelingsplan?
In een bedrijfsontwikkelingsplan moet u aangeven op welke wijze uw bedrijf gaat voldoen aan het Besluit huisvesting. Dit plan stelt u in staat om de vereiste aanpassingen tussen 1 januari 2010 en 1 januari 2013 door te voeren en hiervoor de juiste vergunning(en) te krijgen.
Wat nu te doen?
Adviseurs van LTO Noord Advies zijn goed op de hoogte van het Besluit huisvesting en de gevolgen hiervan voor uw bedrijf. Samen met u kunnen zij de vragen beantwoorden die in uw geval aan de orde zijn, zoals:
- Voldoe ik nu al aan het Besluit huisvesting?
- Wat zijn voor mij de mogelijkheden om aan het Besluit huisvesting te voldoen?
- Hoe ziet in mijn geval het bedrijfsontwikkelingsplan er uit?
- Wat betekent het bedrijfsontwikkelingsplan financieel?
- Moet ik een nieuwe milieuvergunning aanvragen?
Zijn er nog andere zaken waar ik rekening mee moet houden, bijvoorbeeld welzijnseisen, een vergroting van het bouwperceel, een bouwvergunning of een Natuurbeschermingswetvergunning?
Tijdelijke actie
Wilt u één van onze adviseurs over het Besluit huisvesting spreken of over hiermee verband houdende zaken, zoals mogelijke financiële gevolgen? Neem dan contact met ons op. Wanneer u vóór 1 maart a.s. reageert, profiteert u van een tijdelijke actie. Een adviseur van LTO Noord Advies komt dan bij u langs om uw situatie door te nemen. Dit gesprek duurt circa één uur en de kosten hiervoor bedragen slechts
€ 50,00 (excl. BTW). Na afloop van het gesprek geeft de adviseur aan welke vervolgacties nodig zijn. Voor de uitvoering van deze acties kunt u met hem vervolgafspraken maken.
U kunt reageren via T 0572-328282 of via de mail advies@ltonoordadvies.nl
Wij zien uw reactie met belangstelling tegemoet en staan graag voor u klaar!
Ter info: In onderstaande toelichting is in het kort te lezen wat het Besluit huisvesting inhoudt.
Het Besluit huisvesting
In het Besluit huisvesting is bepaald hoeveel de ammoniakemissie per dierplaats maximaal mag bedragen. Voor de meeste huisvestingssystemen zou de maximale emissiewaarde gaan gelden op 1 januari 2010, maar met een bedrijfsontwikkelings-plan schuift deze datum op tot uiterlijk 1 januari 2013.
Uit onderzoek is gebleken dat een groot deel van de varkens- en pluimveebedrijven
nog niet beschikt over emissiearme huisvesting die voldoet aan de eisen van het
Besluit huisvesting . Met andere woorden: in veel dierenverblijven is nog traditionele huisvesting aanwezig die nog aangepast moeten worden. Hierbij bestaat de mogelijkheid om in een deel van de dierenverblijven een techniek toe te passen waarmee de emissie verder wordt beperkt dan wettelijk vereist is. Hierdoor kan de emissie van overige huisvestingssystemen met een hogere emissiewaarde gecompenseerd worden (intern salderen).
Emissie-eisen Besluit huisvesting
|
Diercategorie |
Maximale emissiewaarde in kg NH3 per dierplaats per jaar |
|
|
|
|
hoofdcategorie varkens |
|
|
|
biggenopfok (gespeende biggen) |
0,23 |
|
|
kraamzeugen (incl. biggen tot spenen) |
2,9
|
|
|
guste en dragende zeugen |
2,6 |
|
vleesvarkens, opfokberen van ca. 25 kg tot 7 maanden, opfokzeugen van ca. 25 kg tot eerste dekking |
1,4
|
|
|
|
hoofdcategorie kippen |
|
|
|
opfokhennen en hanen van legrassen; jonger dan 18 weken
|
batterijhuisvesting:
0,0062 nageschakelde technieken: 0,010 |
|
|
legkippen en (groot-)ouderdieren van legrassen
|
batterijhuisvesting: 0,0133,4 niet-batterijhuisvesting: 0,125
nageschakelde technieken: 0,015 |
|
ouderdieren van vleeskuikens
|
0,435 nageschakelde technieken: 0,015 |
|
Vleeskuikens |
0,045 |
1 Voor de bepaling van het aantal dieren worden de bij de kraamzeugen behorende biggen (de niet-gespeende biggen) niet meegeteld.
2 Indien het een huisvestingssysteem betreft waarbij de mestdroging in het huisvestingssysteem is geïntegreerd, bedraagt de maximale emissiewaarde 0,016.
3 Indien het een huisvestingssysteem betreft waarbij de mestdroging in het huisvestingssysteem is geïntegreerd, bedraagt de maximale emissiewaarde 0,028.
4 De maximale emissiewaarde geldt niet voor aangepaste kooien als bedoeld in paragraaf 3.1 van het Legkippenbesluit 2003.