|
|
Natura 2000 en vergunningen
Advies/Opinie,
26-06-2010
De Natuurbeschermingswet 1998 (Nbw 1998) kent sinds 31 maart 2010 bijzondere regels over stikstofdepositie vanwege ammoniakemissie door een veehouderij. Deze regels zijn van belang voor bedrijfsontwikkeling, ofwel een toename van de ammoniakemissie. Artikel 19 van de Nbw 1998 bepaalt dat het bevoegd gezag, in dit geval de provincies, bij vergunningverlening niet de gevolgen betrekt van stikstofdepositie veroorzaakt op stikstofgevoelige habitats in een Natura 2000-gebied, als:
- op 7 december 2004 reeds sprake was van stikstofdepositie, de veehouderij sinds die datum niet of niet in betekenende mate is gewijzigd en sinds die datum geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats in een Natura 2000-gebied;
- stikstofdepositie na 7 december 2004 is begonnen (nieuw) of in betekenende mate is gewijzigd (bestaand), en er verzekerd is dat er per saldo geen toename is van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats in een Natura 2000-gebied.
Passende maatregelen
Artikel 19 ke van de Nbw 1998 verplicht de provincie passende maatregelen ten aanzien van veehouderijen te nemen. Hiertoe kan de provincie veehouderijen verplichten maatregelen te treffen ter vermindering van de stikstofdepositie. Dit kan zelfs zo ver gaan dat een handeling moet worden beperkt of zelfs worden gestaakt.
Bestaande veehouderijen die sinds 7 december 2004 niet of nauwelijks zijn gewijzigd en waarvan de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats in een Natura 2000-gebied sinds die datum niet is toegenomen, hebben voor hun stikstofdepositie geen vergunning nodig. Het niet nodig hebben van een vergunning betekent niet dat deze veehouderijen zijn gevrijwaard van aanvullende maatregelen die het gevolg kunnen zijn van provinciaal beleid.
Als verzekerd is dat er per saldo geen toename is van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats in een Natura 2000-gebied, hebben bestaande bedrijven die sinds 7 december 2004 behoorlijk zijn gewijzigd of nieuwe bedrijven die na deze datum zijn ontstaan, geen vergunning nodig voor hun stikstofdepositie Ook hier geldt dat dit niet betekent dat deze veehouderijen zijn gevrijwaard van aanvullende maatregelen die het gevolg kunnen zijn van provinciaal beleid.
Vergunningplicht
Veehouderijen die niet onder de hierboven genoemde categorieën vallen, zijn vergunningplichtig. Voor het verkrijgen van de vergunning moet een passende beoordeling bij de aanvraag worden gevoegd. Hieruit moet blijken dat de stikstofdepositie geen significant effect heeft op een nabijgelegen Natura 2000-gebied.
Om te voorkomen dat voor elke bedrijfsontwikkeling een passende beoordeling moet worden gemaakt, kan de overheid een beleidskader voor vergunningverlening ontwikkelen. Dit beleidskader moet worden gezien als invulling van het eerder genoemde artikel 19 van de Nbw 1998.
Bij een beleidskader wordt de individuele veehouderij bij bedrijfsontwikkeling getoetst aan dat beleid. Wordt hieraan voldaan, dan volgt vergunningverlening.
Het is belangrijk om te weten hoe de positie van het bedrijf is ten opzichte van Natura 2000. Met het in werking treden van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) op 1 oktober 2010 zal bij elk plan een toets aan Natura 2000 onontkoombaar zijn.
Bert Lowijs,
LTO Noord Advies
Bron: Nieuwe Oogst, zaterdag 26 juni 2010.