|
|
Nieuwbouw en verbouw stallen
Advies/Opinie,
12-03-2011
Er komen nog steeds vragen over de huisvesting van melkvee in bestaande stallen. Vaak gaat het over bedrijven die voorheen het vee weidden. Ze vergrootten later de stal en hielden de koeien binnen. Hoe zit het in een dergelijke situatie met de bestaande stal?Bij nieuwbouw van stallen en grotere uitbreiding van bestaande stallen moeten boeren voldoen aan de maximale emissiewaarde van 9,5 kilo ammoniak per dierplaats. Achterliggende argumenten zijn dat het inbouwen van een emissiearme techniek in een bestaande stal niet kosteneffectief is en dat de veehouder bij nieuwbouw moet kunnen kiezen tussen emissiearm bouwen en weidegang.
In het besluit huisvesting is aangegeven dat de maximale emissiewaarde voor de diercategorie melk- en kalfkoeien ouder dan twee jaar niet van toepassing is op een bestaand huisvestingssysteem, en op een uitbreiding daarvan met maximaal twintig dierplaatsen. De begrippen ‘huisvestingssysteem’ en ‘bestaand huisvestingssysteem’ zijn omschreven in hetzelfde besluit.
Wanneer een bedrijf niet voldoet aan het ‘bestaand huisvestingssysteem’, moet een ondernemer direct de maximale emissiewaarden verwezenlijken. Bij een al te strikte toepassing van het begrip ‘huisvestingssysteem’ wordt er echter al heel snel, ook bij kleinere wijzigingen, niet meer voldaan aan het begrip ‘bestaand huisvestingsysteem’.
De wetgever heeft echter bedoeld om met betrekking tot de melkvee alleen nieuwbouw en grotere uitbreidingen van bestaande stallen direct aan de maximale emissiewaarden te laten voldoen. Een te strikte uitleg van het begrip huisvestingssysteem komt daarom niet tegemoet aan de bedoeling van de wetgever.
De definitie van ‘huisvestingssysteem’ is ‘gedeelte van een dierenverblijf waarin dieren van één diercategorie bijvoorbeeld melkkoeien op dezelfde wijze worden gehouden’.
Als een melkveehouder met traditionele huisvesting overschakelt van beweiden (A1.100.1, emissiefactor 9,5) naar permanent opstallen (A1.100.2, emissiefactor 11,0) zou je kunnen beargumenteren dat er niet meer sprake is van hetzelfde huisvestingssysteem omdat de manier waarop de dieren worden gehouden verschilt. En als er geen sprake is van hetzelfde huisvestingssysteem kan er dus ook geen sprake zijn van een bestaand huisvestingssysteem.
Het overschakelen van beweiden naar permanent opstallen is echter geen nieuwbouw of grotere uitbreiding. Het moeten toepassen van een emissiearm stalsysteem om te voldoen aan de emissiefactor van 9,5 kilo ammoniak per dierplaats is in dit geval niet kosteneffectief, en ontzegt de melkveehouder de vrije keuze tussen permanent opstallen en weidegang.
Infomil, het orgaan dat de gemeenten van informatie over wet- en regelgeving voorziet, geeft aan een (gedeelte van een) dierenverblijf waarin melkvee wordt gehouden met beweiding te zien als hetzelfde huisvestingssysteem als datzelfde (gedeelte van een) dierenverblijf waarin melkvee wordt gehouden zonder beweiding.
Peildatum is 1 april 2008, want stallen gebouwd én vergund (milieu dan wel bouwvergunning) na inwerkingtreding van het Besluit huisvesting kunnen per definitie niet meer als bestaand worden gezien. Een stal van na deze datum waarin wordt omgeschakeld van weidegang naar permanent opstallen moet wèl direct aan de maximale emissiewaarde voldoen.
Voor melkkoeien is er dus pas sprake van een ander huisvestingssysteem als er een aanpassing van de stal zelf plaatsvindt. Als een veehouder zonder uit te breiden bijvoorbeeld om zou willen schakelen van een Groen-Labelsysteem naar traditionele huisvesting dan is er geen sprake van een bestaand huisvestingssysteem en geldt de maximale emissiewaarde, zodat omschakeling dan alleen mogelijk is als er beweid wordt.
Jan Bakker,
LTO Noord Advies
Bron: Nieuwe Oogst, 12 maart 2011