|
|
Bij twijfel niet inhalen
Advies/Opinie,
23-04-2011
Stel u rijdt achter een auto, die langzamer rijdt dan is toegestaan. U twijfelt of u kunt inhalen, want u ziet teveel belemmeringen op de weg of uw vehikel heeft niet de power om er vlot langs te komen.
Deze beeldspraak is in veel gevallen toepasbaar op de boerenpraktijk. Met regelmaat benaderen ondernemers ons, die twijfelen hoe ze nu verder moeten met hun bedrijf. Moeten ze opschakelen en zo ja hoe en wanneer, of moeten ze wat anders bedenken? In de meeste gevallen gaat het om ondernemers die een goede bedrijfsomvang hebben, maar niet tevreden zijn met de inkomsten uit het bedrijf of denken dat bij een ongewijzigde bedrijfsvoering hun inkomen onder druk komt te staan.
De gedachten gaan dan snel richting schaalvergroting, zeg maar opschakelen en gas geven. Immers een grotere bedrijfsomvang betekent meer omzet. Meer omzet geeft kansen op een hoger inkomen. Allemaal waar. Probleem opgelost, iedereen blij. En dan slaan de twijfels toe: kan ik het fysiek aan, want ik heb hier en daar al vage klachten. Kan ik het goed managen, kan ik bijvoorbeeld goed personeel vinden en aansturen en kan ik dan nog wel de dingen doen, die ik zelf leuk vind? Kan ik het gefinancierd krijgen, want ik heb al een financiële last op mijn nek. Kan ik uitbreiden op de huidige locatie, moet ik mijn bedrijf niet gaan verkassen of gaan splitsen? Het rendement is nu niet optimaal. Hoe wordt dat als ik nog meer van hetzelfde ga doen?
Een voorbeeld: een 43-jarige ondernemer met een melkveebedrijf met een melkquotum van 800.000 kilo heeft de oude ligboxenstal al een tijdje voor 100 procent bezet. Hij werkt hard, soms te hard volgens de echtgenote. Op zich kan hij met zijn gezin financieel rondkomen. Een opvolger is nog niet echt in beeld. Links en rechts van hem wordt door collega’s fors opgeschaald.
De ondernemer wil nog twintig jaar boer zijn en vraagt zich af of hij moet investeren. Hij twijfelt, omdat hij niet op meer werk zit te wachten en ook niet naar een kritieke melkprijs van richting de 35 cent wil. Maar helemaal niets doen, is ook geen optie, want de stal houdt het geen 20 jaar meer vol en je weet maar nooit, er zou wel eens een opvolger kunnen komen. Hoe hier mee om te gaan?
Als je 43 jaar bent en nog twintig jaar boer wilt zijn, dan investeer je in principe voor jezelf en niet voor een mogelijke opvolger. U wilt niet meer werk. Wat is er in de huidige situatie nog te verbeteren? Wat wil je absoluut zelf blijven doen en wat is uit te besteden of te automatiseren? Vragen die je moet beantwoorden, voordat je plannen gaat maken.
Dan die stal. Daar moet wat mee gebeuren. Het vervangen van een gebouw zonder de capaciteit te vergroten, kan bijna nooit uit. Per kilo melk vliegt de kostprijs omhoog. Dan toch maar die extra kilo melk erin? Ja, wel om een investering eerder rendabel te kunnen maken. Maar dan moet het plaatje verder kloppen wat betreft arbeidsinzet, voerpositie en mestafzet. Kortom, het moet passen en de kritieke melkprijs per kilo melk mag structureel niet boven de 31 cent komen.
Bij twijfel inhalen? Lijkt me niet verstandig. Als u wilt inhalen, doe dat dan met goed zicht op waar u heen wilt. Doe het verantwoord en schakel vlot door.
Jan Lucas Spijkman,
LTO Noord Advies
Nieuwe Oogst, zaterdag 23 april 2011