Het vermogen in box 3 heeft sinds 1 januari meer invloed op de hoogte van de eigen bijdrage bij opname in een AWBZ-instelling.

Het echtpaar Apeldoorn wil op 68-jarige leeftijd stoppen met het akkerbouwbedrijf. Zij kunnen het bedrijf overdragen aan hun twee zonen of het bedrijf staken, een deel van de grond verkopen en er blijven wonen.

Als ze het bedrijf overdragen, ontvangen de gepensioneerde akkerbouwers een overnamesom van 300.000 euro en daarnaast AOW, een lijfrente-uitkering en een woning. De rest schenken ze aan hun zonen.

In geval van staking hebben de ouders 1.400.000 euro aan contante middelen, nog 10 hectare grond en de woning met bedrijfsgebouwen. Daarnaast hebben ze recht op een lijfrente-uitkering van in totaal 22.000 euro per jaar gedurende tien jaar.

Over het vermogen in box 3 moet jaarlijks 1,2 procent vermogensrendementsheffing worden betaald. Daarnaast is sinds 1 januari 2013 het vermogen in box 3 van meer invloed op de hoogte van de eigen bijdrage bij opname in een AWBZ-instelling. Als een van beiden naar een zorginstelling gaat, wordt gekeken naar het inkomen en het vermogen. Als er nog een thuisblijvende partner is, geldt er een lage eigen bijdrage; in 2013 maximaal bijna 800 euro per maand.

Indien een van beiden overlijdt en de langstlevende wordt opgenomen in een AWBZ-instelling, dan geldt na zes maanden een hoge eigen bijdrage van maximaal 2.189,20 euro per maand.

Stel dat Apeldoorn overlijdt en zijn vrouw in 2020 wordt opgenomen in een verzorgings- of pleeghuis. Gezien de hoogte van haar inkomen en vermogen geldt voor haar de maximale eigen bijdrage, zowel in de situatie van bedrijfsoverdracht als van staking.

De eigen bijdrage is te verlagen door:

•             Bepalingen in de testamenten dat de kindsdelen opeisbaar zijn bij opname in een AWBZ-instelling. Als de vader is overleden, hebben de zonen recht op hun kindsdeel.. In de testamenten is te bepalen dat deze ook opeisbaar zijn bij opname in een verpleeghuis. Hierdoor is het vermogen van de moeder in box 3 lager, waardoor de eigen bijdrage wellicht lager is, afhankelijk van het restant vermogen.

•             Schenkingen aan kinderen. Bij opname in een AWBZ-instelling wordt gekeken naar het vermogen per 1 januari twee jaar voor het jaar van opname. De eerste twee jaar in het verpleeghuis staat het vermogen dus al vast. Op het moment dat duidelijk is dat de moeder wordt opgenomen, kan zij extra schenken aan haar kinderen.

•             Regelen volmacht. Mocht degene die wordt opgenomen zijn of haar verstandelijke vermogens verliezen, dan is het handig als iemand gevolmachtigd is om namens hem of haar te handelen. Het doen van schenkingen kan dan voortgaan, waardoor het vermogen verder wordt verlaagd. Dit kan door bij de notaris een volmacht te regelen.

•             Verkoop woning. Het is verstandig de woning van de moeder te verkopen, zodat op het moment dat deze meetelt voor de bepaling van de eigen bijdrage - op 1 januari 2021 - de woning niet meer in haar bezit is. De verkoopopbrengst behoort wel tot het vermogen. Om dit te verlagen dient dan wel op de verkoopopbrengst te worden geschonken.

Mariet Kortekaas,
LTO Noord Advies
Bron: Nieuwe Oogst, 15 juni 2013